Sterrenhemel
De sterrenhemel is vaak betoverend. Een waar astronomisch kunstwerk en een prachtig onderwerp om vast te leggen. Als je de sterrenhemel wilt vastleggen, kan je het beste fotograferen in de natuur tijdens een nacht zonder bewolking. De lichtvervuiling in steden zorgt er namelijk voor dat sterren minder goed zichtbaar zijn.
Sterrenfotografie vereist andere instellingen dan de instellingen die we eerder noemden. Om zoveel mogelijk licht op te vangen van de sterren moet je namelijk het diafragma vergroten en de ISO-waarde omhooggooien. Gebruik bijvoorbeeld een ISO-waarde van 1600 of 3200, afhankelijk van hoeveel ruis jouw camera produceert bij deze lichtsterktes.
Omdat de aarde continu draait, veranderen de sterren in jouw foto van positie. Hiervoor is de ‘gulden 400 regel’ in het leven geroepen. Hiermee kan je de maximale sluitertijd bepalen waarbij je sterren puntjes blijven en dus geen lichtsporen worden. De regel is als volgt:
400 / (brandpuntsafstand (mm) × cropfactor) = maximale sluitertijd in seconden.
Lastig, dat snappen we. Daarom geven we een rekenvoorbeeld. Je fotografeert bijvoorbeeld met een Canon EOS 90D (cropfactor: 1,6) en een 18-55mm lens op 18mm. Dan is de 'gulden 400 regel':
400 / 18 x 1,6 = 13,9 seconden
Dat betekent dus dat je in theorie een sluitertijd van ongeveer 13 à 14 seconden kunt aanhouden om lichtstrepen te voorkomen. Toch is dit vaak ook een kwestie van trial and error. Daarnaast kan het soms ook juist mooi zijn om lichtsporen te hebben. Experimenteer vooral eens!