Tips door Scott Kelby

Allerlei handige tips uit de verschillende boeken over fotografie, Photoshop en Lightroom van Scott Kelby.

Tip 1: Portretten bij zonsondergang met flits

Uit “Het beste van Scott Kelby over Digitale Fotografie, EAN 9789059409095

Schakel eerst de flitser uit, stel de camera in op sluitertijdvoorkeuze (S) en kies 1/125 seconde (een goede en veilige synchronisatiesnelheid voor je flitser). Richt nu op de lucht (maar niet op de zon) en druk de ontstpanknop half in. De camera maakt nu een meting van de lucht. Kijk terwijl je de ontstpanknop indrukt door de zoeker en onthoud het diafragma en de sluitertijd (in het voorbeeld was dat f/5.6). Zet de camera dan in de handmatige stand en geef f/5.6 op voor het diafragma en 1/125 seconde als sluitertijd. Positioneer je onderwerp zo dat de zon er achter staat en dat het onderwerp een silhouet tegen de lucht is. Dit is vrij gemakkelijk, verklein het diafragma met een stop of twee (ons diafragma was f/5.6, dus we maken er f/8 van) en maak een proefopname. Is je onderwerp nog steeds geen silhouet, dan verklein je het diafragma met een stop en maak je opnieuw een proefopname. Meestal is dit voldoende, maar het kan zijn dat je zelfs naar f/16 moet (of een deelstop daartussen). Wanneer je een kleiner diafragma kiest, wordt de lucht donkerder en rijker. Als je onderwerp eenmaal een silhouet is, zet je de flitser aan, stel je die in op handmatig, kies je een laag vermogen en maak je proefopname. Wanneer de flits te helder is, probeer je het vermogen nogmaals te verlagen en maak je opnieuw een proefopname. Wanneer de flits niet helder genoeg is, verhoog je het vermogen. 

Tip 2: Kinderen fotografeer je niet van bovenaf

Uit: Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN 9789059409095

Misschien ben je niet tevreden over je foto’s van kinderen. Waarschijnlijk komt dat omdat je ze, zoals de meeste mensen, vanuit staande positie maakte. Je maakte ze dus eigenlijk van bovenaf. Normaal gesproken is dat ook hoe we kinderen zien. Wij kijken op ze neer en vanuit datzelfde standpunt fotograferen we ze ook. En zo komt het dat de foto’s er ook gewoontjes uitzien. De truc is je op hun ooghoogte te begeven. Steun op een knie, zit (of lig) op de grond en neem een foto vanuit een invalshoek die we normaal gesproken niet zien en die eerlijk gezegd alles verandert. Het is een van de eenvoudigste dingen voor een enorme verbetering. Als ze verlegen en schuchter worden voor de camera, gebruik dan dezelfde truc als bij volwassenen en stel ze op hun gemak door ze iets in handen te geven. Geef ze speelgoed of een knuffelbeest, laat ze spelen en de camera vergeten.

Tip 3: Kleurzweem verwijderen

Uit: Scott Kelby, hoe doe je dat in Photoshop? EAN 9789059409347

Er zijn verschillende manieren om dit te doen, zoals met behulp van Curven of Niveaus (de manier waarop we het hier doen, werkt hetzelfde). Druk op Command-M (pc: Ctrl-M) om het dialoogvenster Curven te openen, klik dan onder het histogram op de middelste pipet (degene die voor de helft is gevuld met lichtgrijs). Klik nu op iets in de afbeelding waarvan je veronderstelt dat het lichtgrijs is. Dit zal de kleurzweem onder handen nemen. Als je erop klikt en het ziet er niet goed uit, probeer dan ergens anders te klikken. De methode die mijn voorkeur heeft, is echter om Camera Raw te openen en het gereedschap Witbalans te gebruiken. Ga naar het menu Filter en kies Camera Raw-filter. Wanneer het Camera Raw-venster verschijnt, vind je in de werkbalk bovenin het gereedschap Witbalans (I). Daarmee klik je op iets in het beeld dat lichtgrijs hoort te zijn. Nogmaals, als je erop klikt en het ziet er niet goed uit, probeer dan ergens anders te klikken totdat het er wel goed uitziet.

Tip 4: Echte schermvullende weergave

Uit: Het Lightroom CC boek voor digitale fotografen, EAN 9789059409088

Stap 1:
In vroegere Lightroom-versies was het nogal een omweg om die ‘bijna volledig schermvullende weergave’ te krijgen: met (1) Shift-Tab verborg je de deelvensters, met de (2) F-toets schakelde je over naar de modus Volledig scherm en met (3) twee keer drukken op de L-toets kwam je in de modus Verlichting uit. En als je klaar was, moest je dezelfde weg terug afleggen. Dus alles bij elkaar had je acht toetsen nodig. Wil je tegenwoordig in Lightroom je afbeelding schermvullend zien, dan druk je eenvoudigweg op de F-toets van je toetsenbord.

Stap 2: 
In de bovenste afbeelding zie je dat de afbeel- ding van boven tot onder het scherm vult, maar links en rechts is er nog een zwarte balk zichtbaar. Het stelt niet veel voor, maar je ziet het wel. Zoom met Command-+ (plusteken, pc: Ctrl-+) iets in om dat gebied en daarmee elke centimeter van je beeldscherm te vullen. Met de F-toets (of de Esc-toets) keer je weer terug naar de gebruikelijke weergave. Het mooie van deze ‘zoomen om die smalle rand te vullen’-truc is dat hij de rest van de sessie onthouden wordt, dus totdat je Lightroom opnieuw start. Ik zou willen dat dit een voorkeursinstelling was, want dan zou ik deze ‘zoomen om te vullen’-instelling standaard gebruiken voor een schermvullende weergave.

Tip 5: Prachtige tegenlichtfoto’s

Uit: Het Beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN 9789059409095

Als je je buitenopnamen er nog aantrekkelijker uit wilt laten zien, onderzoek dan eens de mogelijkheden van tegenlicht, zeker als je mensen fotografeert. Tegenlichtopnamen hebben een allure en dramatische uitstraling die je niet vaak ziet. Plaats je onderwerp zo dat de zon precies achter hem of haar is, zonder dat het licht op het gezicht valt en hij of zij eruitziet als een silhouet. Zet dan de lichtmeting van je camera op spotmeting en richt je scherpstelpunt op het gezicht van je onderwerp. Zo vertel je de camera dat dit het belangrijkste deel van de foto is en dat dat goed belicht moet worden. Als je nu de foto maakt, zal het gezicht veel lichter worden. De rest van de foto zal ook lichter worden, maar dat is meestal geen probleem, omdat de zon achter je onderwerp is (en de zon is nu eenmaal licht). Als je fotografeert met diafragmavoorkeuze (dat gebruik ik altijd als ik buiten met natuurlijk licht werk) en je de hele foto te licht vindt, maak je de foto donkerder door gebruik te maken van de belichtingscorrectie. Op een Nikon-camera druk je boven op je camera het knopje voor belichtingscorrectie in (+/-), dan draai je de hoofdinstelschijf aan de achterkant van je toestel naar rechts naar -0.3 of -0.7 (in het lcd-schermpje) en maak je nog een opname. Op een Canon zet je de aan/uitschakelaar op de bovenste positie (boven On), kijk je op het lcd-scherm en gebruik je het wieltje om de belichting met -0.3 of -0.7 te corrigeren en maak je een opname. Als je hem lichter of donkerder wilt hebben, probeer je het nog een keer.

Tip 6: Zonneschijnsel maken

Uit: Scott Kelby, hoe doe je dat in photoshop? EAN 9789059409347

Het filter Zon simuleert de lichtbreking die wordt veroorzaakt wanneer de zon in de cameralens schijnt: dit effect wordt ook wel ‘lens flare’ genoemd. Voeg een nieuwe lege laag toe door aan de onderkant van het deelvenster Lagen te klikken op het pictogram Een nieuwe laag maken. Druk op D om de voorgrondkleur op zwart in te stellen en druk dan op Option-Delete (pc: Alt-Backspace) om deze laag te vullen met zwart. Ga vervolgens in het menu Filter naar Rendering en kies Zon. Wanneer het dialoogvenster verschijnt (zie hierboven links) kun je, als je wilt, een beetje spelen met de instellingen, maar de standaardinstellingen zijn waarschijnlijk de beste. Als je nu op OK klikt, wordt een zonneschijnsel op de zwarte laag geplaatst.
Om het zonneschijnsel gemengd te krijgen met je afbeelding, selecteer je aan de bovenkant van het deelvenster Lagen de overvloeimodus en wijzig je deze voor de zwarte laag van Normaal in Bleken. Het zonneschijnsel is nu onderdeel van de afbeelding. Je kunt de positie van het zonneschijnsel verplaatsen met behulp van het gereedschap Verplaatsen (V), maar afhankelijk van hoe je deze verplaatst, kan er een harde rand verschijnen langs één of meer zijden. Als dat gebeurt, klik je aan de onderkant van het deelvenster Lagen op het pictogram Vector- masker toevoegen (derde van links), selecteer je het gereedschap Penseel (B), kies je in de optiebalk in de Penseelkiezer een penseel met grote zachte randen en schilder je met zwart over de harde rand om deze op een mooie manier in de afbeelding over te laten gaan.

Tip 7: vermijd hoge ISO-waarden, ook bij weinig licht

Uit: Het Beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN9789059409095

Je hoeft de ISO-waarde niet te verhogen als je een statief gebruikt en opnamen bij weinig licht maakt. De ISO-waarde komt overeen met de filmsnelheid van analoge fototoestellen. Voor de scherpste foto’s gebruik je de laagste ISO-waarde die de camera toestaat, dus ISO 200, 100 of 50 (als de instelling van je camera zo laag gaat). In de figuur zie je een voorbeeld van het Nikon-menu. Een hogere ISO-waarde voegt ruis aan je foto’s toe, en die spikkels wil je natuurlijk vermijden. Bij foto’s die je uit de hand maakt, moet je de ISO-waarde natuurlijk wel verhogen, maar bij opnamen met een statief is een hoge instelling uit den boze als je scherpe resultaten wilt hebben.

Tip 8: Waarop stel je scherp bij landschapsfoto’s?

Uit: Het Beste van Scott Kelby over Digitale Fotografie, EAN 9789059409095

Waar richt je bij het maken van een landschapsfoto het scherpstelpunt van je camera op? (Dat is dat rode rondje die standaard midden in de zoeker is te zien. Maar omdat hij verplaatsbaar is, moet je hem misschien eerst even terugzetten in het midden.) Bij landschapsopnamen is de regel: stel scherp op ongeveer een derde van de diepte van je beeld. Dan krijgt de hele foto een zo groot mogelijk scherptebereik. Een andere methode is grote, weidse landschapsopnamen te maken met f/22, wat je de grootste scherptediepte oplevert.

Tip 9: De huid verzachten

Uit: Scott Kelby, hoe doe je dat in photoshop? EAN 9789050409347

Klik hiervoor in de werkbalk op het Aanpassingspenseel (K) en klik vervolgens vier keer op het minteken (-) aan de linkerkant van Lokaal contrast om deze op -100 (helemaal naar links) en alle andere schuifregelaars op nul te zetten. Verhoog dan de schuifregelaar Scherpte naar +25. Schilder nu over delen van de huid van het onderwerp (en vermijd hierbij dingen zoals de lippen, ogen, wenkbrauwen, haar, wimpers, neus, enz.) Je verzacht daarmee de huid van het onderwerp.

Tip 10: Een zachte, vage achtergrond krijgen

Uit: Het Beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN 9789059409095

Om een mooi zachte, onscherpe achtergrond achter het onderwerp te krijgen, moet je twee dingen doen: (1) het grootste diafragma dat bij je lens mogelijk is gebruiken, dus iets als f/5.6, f/4, f/2.8 of groter (als je geluk hebt of over veel geld beschikt). Vervolgens, (2) sterk inzoomen op het onderwerp en op de ontspanknop drukken. Klaar. Meer hoef je niet te doen. Deze twee dingen zorgen ervoor dat je een fraaie, vervaagde achtergrond krijgt. Vraag je je af hoe je het diafragma verandert? Doe het volgende: stel de camera in op diafragmavoorkeuze (de letter A op de modusknop boven op de camera, als je camera over zo’n instelknop beschikt, maar de kans is groot dat dit het geval is.) Draai daarna met de knop die het diafragma verandert tot je f/2.8 in de zoeker ziet. Meer hoef je niet te doen.

Tip 11: De belangrijkste regel bij landschapsfotografie

Uit: Scott Kelby over Digitale fotografie, EAN 9789059409095

Er is één regel bij landschapsfotografie die je echt moet volgen. Ook als je alle overige tips in dit hoofdstuk ter harte neemt, evenaar je nooit de resultaten van professionals als je de hoofdregel niet in acht neemt. Als landschapfotograaf kun je maar twee keer per dag foto’s maken: voor zonsopkomst heb je een kwartier tot dertig minuten de tijd en erna een half uur tot een uur, afhankelijk van de lichtintensiteit. Je hebt ook ongeveer een kwartier tot dertig minuten vóór zonsondergang en maximaal een half uur erna. Waarom alleen op deze momenten? Dat is nu eenmaal de regel. Goed, er zijn ook andere redenen. Alleen bij zonsopkomst en zonsondergang heb je het zachte, warme licht en de zachte schaduwen die de juiste belichtingskwaliteit bieden voor professionele foto’s. Ik kan me nog goed herinneren dat ik na een cursus voor professionele fotografen samen met de legendarische fotograaf Joe McNally van National Geographic vragen stond te beantwoorden. Iemand uit het publiek vroeg aan Joe of het echt alleen maar bij zonsopkomst en zonsondergang mogelijk was landschapsfoto’s te maken. Joe zei niets, maar pakte zijn statief en sloeg de man dood. Goed, ik overdrijf misschien een beetje, maar ik zal Joe’s antwoord nooit vergeten. Hij zei dat fotoredacteuren van de grote bladen tegenwoordig niet eens meer kijken naar landschapsfoto’s die niet bij zonsopkomst of zonsondergang zijn gemaakt. Het maakt niet uit wie de fotograaf is. Ze weigeren er zelfs naar te kijken als hij persoonlijk met een foto op ze afstapt en zegt: ‘Kijk eens, deze is dan wel niet bij zonsopkomst of zonsondergang genomen, maar het blijft een prachtig plaatje.’ Professionele fotografen fotograferen landschappen alleen op die twee momenten van de dag. Als jij professionele resultaten nastreeft, zijn het ook voor jou de enige twee tijdstippen. 

Tip 12: De voordelen van flitsen bij daglicht

Uit: Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN 9789059409095

Veel mensen vragen zich af waarom je in godsnaam buiten een flitser zou gebruiken. Het simpele antwoord is dat het er meestal beter uitziet. Maar er is meer over te zeggen. Ten eerste heb je weinig controle over de positie van de zon en vaak staat hij ook nog eens op de slechtst denkbare plaats: precies boven je hoofd. Als je buiten flitsers gebruikt, kun je gericht licht creëren. Bij zonsondergang is het licht meestal wat mooier, hoewel je dan mogelijk wel wat licht van de invulflits kunt gebruiken. Een ander voordeel is dat je de zon kunt gebruiken om het haar van je onderwerp te verlichten en zo een prachtige lichtrand rond de personen te creëren. Positioneer je onderwerp zo dat de zon achter hem of haar is als dat mogelijk is. Flitslicht heeft nog een voordeel boven het gebruik van een reflectiescherm buiten. De mensen zullen hun ogen niet dichtknijpen, wat wel gebeurt als je ze uitlicht met een reflectiescherm waardoor ze constant een straal zonlicht op hun gezicht krijgen.

Tip 13: Verlichting dimmen, verlichting uit en andere weergavemodi

Uit: Het Lightroom CC boek voor digitale fotografen, EAN 9789059409088

Stap 1:
Druk op de L-toets voor de modus Verlichting dimmen. In deze modus wordt alles, behalve de voorvertoning van de foto, gedimd. (Alsof je aan een lichtdimmer draaide.) Het gaafste aan dit gedimde beeld is misschien wel dat alle deelvensters, de werkbalk en de lm- strip het gewoon nog doen. Je kunt dus ook gewoon aanpassingen uitvoeren of van foto wisselen, net zoals wanneer het licht aan is.

Stap 2:
De volgende modus, Verlichting uit (druk een tweede keer op de L-toets), maakt de foto de ster van de show. Alles is dan namelijk donker en je ziet niets (en ik bedoel echt niets) anders dan de foto. Druk nogmaals op de L-toets om terug te keren naar de gebruikelijke modus Verlichting aan. Verberg voor je de verlichting dimt eerst met de toetsencombinatie Shift-Tab alle deelvensters, de werkbalk en de lmstrip. Zo krijg je de grote weergave die je hiernaast ziet. Zonder Shift-Tab zou je de kleine weergave hebben als in stap een, maar dan met veel lege zwarte ruimte eromheen.

Tip 14: Een omlijning toevoegen rond de afbeelding

Uit: Scott Kelby, hoe doe je dat in Photoshop? EAN 9789059409347

Dit doe je buiten het dialoogvenster Photoshop-afdrukinstellingen om, dus druk op de knop Annuleren als dit venster geopend is. Er zijn nu een paar manieren om dit voor elkaar te krijgen: als de afbeelding waar je een lijn aan toe wilt voegen zich op een eigen aparte laag bevindt, dan kun je klikken aan de onderkant van het deelvenster Lagen op het pictogram Laagstijl toevoegen en Lijn kiezen. Wanneer het dialoogvenster Laagstijl verschijnt (zie hierboven links), stel je de grootte en kleur voor de lijn in en ik raad je aan om als Positie te kiezen voor Binnen, waardoor de lijn mooi en scherp blijft. Als je op OK klikt, verschijnt een lijn rond de afbeelding op die laag. Als je afbeelding zich op een eigen laag bevindt, kun je ook in het deelvenster Lagen, met ingedrukte Command-toets (pc: Ctrl) direct op de miniatuur van de laag klikken. Er wordt dan een selectie rondom het beeld geplaatst. Ga dan in het menu Bewerken naar Omlijnen. Wanneer het dialoogven- ster Omlijnen verschijnt (hierboven rechts te zien), kun je de gewenste kleur en dikte voor de lijn aangeven. Ik raad je aan om de Positie van de lijn hier in te stellen op Midden. Klik op OK om de lijn rond je afbeelding op die laag toe te passen en druk op Command-D (pc: Ctrl-D) om te deselecteren. Als je afbeelding zich niet op een laag bevindt (maar op de afgevlakte achtergrondlaag), neem je het gereedschap Rechthoekig selectiekader (M) uit de gereedschapsbalk, trek je een selectie rondom het beeld en pas je de tweede methode toe die ik hierboven heb beschreven.

Tip 15: Te veel zichtbaar ‘wit van de ogen’ vermijden

Uit: Het Beste van Scott Kelby over digitale fotografie, EAN 9789059409095

Iets wat een hoop portretfoto’s ruïneert is dat je te veel van het wit van de ogen ziet als het model niet recht in de camera kijkt. Gelukkig is het gemakkelijk op te lossen als je je er eenmaal van bewust bent: laat hem of haar gewoon naar een punt links of rechts van de camera kijken. Ik steek mijn hand meestal helemaal uit naar de zijkant en vertel mijn model dat hij of zij naar mijn hand moet kijken. Als hij of zij naar dat punt blijft kijken, zie je genoeg van zijn of haar iris en heb je geen last van dat griezelige ‘witte ogen’-effect. Voor grotere ogen, die er bovendien flatterender uitzien, laat je je model de kin een klein beetje omlaag houden. Hierdoor verschijnt een klein beetje extra ‘wit’ onder de irissen, waardoor de ogen groter en mooier worden.